Logo Familiestichting Haselhoff

Familieverhalen

Het onderzoek naar de familiegeschiedenis heeft een rijke verzameling aan familieverhalen opgeleverd. Onderstaand enkele voorbeelden.

Burengevecht

Op de zitting van de politierechter van donderdag 5 juli 1928 werd een burenruzie in Franeker behandeld. De vrouw van schipper Koenraad Hazelhoff (X-30), Gerritje Jaarsma werd hiervan het slachtoffer. Ook hun zoon, de onderwijzer en niet onverdienstelijk kaatser Jan Hazelhoff (XI-43), was bij de vechtpartij betrokken. Hieronder het letterlijke verslag uit de Leeuwarder Courant van dezelfde dag.

S d V 37 jaar arbeider te Franeker heeft in vereeniging met zijne huisvrouw
Maria D., 34 jaar, G Jaarsma, echtgenoote van K Hazelhoff aldaar, op 30 Mei jl. niet zuinig afgerost. De echtelieden zijn voor den rechter bizonder eenstemmig in hunne betuiging dat zij niets gedaan hebben.

Gerritje zegt van de hel in den hemel te zijn gekomen nu voor 14 dagen dit echtpaar niet meer bij haar woont. Men heeft haar aangegrepen, het haar uit het hoofd gescheurd, over den grond geworpen en toen haar geslagen en geschopt. Dr. Saarloos heeft haar onder behandeling gehad en is zesmaal bij haar geweest Haar zoon heeft de geheele zaak gezien waarop hij zijn moeder heeft ontzet.
Riemke Boersma was binnenshuis maar hoorde verdachten schelden van “lellebel” en ”smeerge dweil”. Wat toen gebeurd is weet zij niet, maar wel heeft zij gezien dat Marie, Gerritje bij de haren had. ’t Ging er zoo uit dat de schilderijen bij Riemke scheef aan den wand hingen. Verdachte zegt, dat Gerritje een lastpost voor de geheele buurt is. Haar kind stak altijd de tong uit tegen zijne vrouw. Hij heeft echter nooit geslagen. “Hier is het een draaierij in elkaar om”.

Daarop komen getuigen à décharge voor. Een andere buurvrouw hoorde hard schreeuwen. Natuurlijk moest zij daar heen en zien wat er gaande was Toen waren meester Haselhoff en verdachte de V. aan het vechten en lagen over den grond terwijl de vrouwen elkaar in het haar hadden.
Jacobus van Smeding heeft ook gezien dat de buren elkander in de haren vlogen Hij stond achter een haag. De V. begon te schelden en “te raggen” en toen begon meester Haselhoff te slaan. Deze laatste verklaart evenwel dat verdachte de V. en zijn vrouw op zijn moeder kwamen losstormen en haar sloegen en schopten Toen heeft hij het voor zijn moeder opgenomen.
Getuige Katje zegt ze waren aan het vechten toen hij er bij kwam ’t Was een geweldige vechtpartij waarbij van alle kanten geschopt en geslagen werd en de
een den ander in de haag wierp.
Een volgende getuige heeft hetzelfde gezien. Beide vrouwen hadden elkaar in de haren te pakken, ’t ging er geweldig van door.

De officier acht de mishandeling wettig en overtuigend bewezen Bij hem staat vast dat S de V. de aanleiding geweest is van deze vechtpartij. Deze is zeer driftig en brutaal. Voor de eerste verdachte wordt ƒ 40 boete of 40 dagen hechtenis; voor de tweede verdachte ƒ 35 boete of 25 dagen hechtenis gevraagd.
Vonnis voor de eerste verdachte ƒ 30 of 15 dagen, tweede verdachte ƒ 15 of 8 dagen. Bovendien hebben zij ƒ 7 te betalen voor de doktersrekening.
Verdachten zullen er nog over na denken of zij niet in hooger beroep gaan.

Kasper Hazelhoff een jongen met heimwee?

Diverse lokale en landelijke kranten meldden rondom 30 maart 1864 een bijzonder verhaal. De hoofdrol daarin speelde Kasper Hazelhoff (VII-16-1). In de Zierikzeesche Courant werd het verhaal als volgt verteld:

“Men schrijft uit Brielle van 25 dezer. Een treffend geval van wondervolle uitredding werd heden hier bekend. Heden morgen ongeveer 5 ure kwam door de Zuiderpoort binnen onze stad, een 15 jarige jongeling, Kasper Hazelhof, van Winschoten afkomstig, wien het volgende overkomen was:
Hij behoorde tot de equipage van het Groninger kofschip Belina, gezagvoerder Potjewijd, komende van Riga bemand met 7 koppen en bestemd naar Hellevoetsluis.
Eergisteren avond ongeveer 6 ure geraakte het schip op de kust in de branding en begon geweldig te stooten, zoodat het langzamerhand in zinkende toestand verkeerde; nadat de equipage een benaauwden nacht had doorgebragt en steeds den dood voor oogen had, nam onze jongeling een koen besluit zijn leven nog te trachten te redden; hij bond zich aan een boei van een der ankers vast en wierp zich in zee. Na ongeveer een halve dag op zee gedreven te hebben, werd hij doornat, verkleumd en uitgehongerd op het strand geworpen.
Gedurende de gansche nacht dwaalde hij op strand en in de duinen rond, niet wetende waar hij was, kwam eindelijk heden morgen hier aan en begaf zich tot den burgermeester om eenig reisgeld te bekomen, ten einde naar zijne ouders te kunnen terugkeeren. Volgens zijn vermoeden zou de Belina met man en muis zijn vergaan, daar in zee drijvend niets meer van het schip had gemerkt.
Moge deze jongeling aan de reddende hand van zijn Hemelschen Vader, reeds op zo jeugdigen leeftijd ondervonden, in zijn volgend leven steeds dankbaar indachtig blijven”.

Ik vond het een bijzonder en geloofwaardig verhaal en wilde meer over dit voorval weten. Wat schetste mijn verbazing toen ik ging zoeken op de naam van het schip Belina in diverse oude kranten. Zo bleek het dat de Belina, met kapitein Pot, op 27 maart 1864 zeilklaar lag in Hellevoetsluis en dat het schip op 6 april 1864 was uitgezeild en vervolgens op 12 april 1864 Elseneur was gepasseerd.
Dit was toch wel heel vreemd. Verder zoeken in de kranten leverde uiteindelijk de oplossing. Het was de Bredasche Courant van 31 maart 1864, die het volgende meldde:

“Intusschen deelt men aan het Handelsblad mede, dat het berigt uit Brielle, hierboven vermeld, onjuist is. De Belina, kapitein Pot, ligt nog ter Reede van Helvoetsluis en is nog niet uit geweest. De jongen, die aan den burgermeester van Brielle zo een treffend verhaal heeft gedaan, is volgens die mededeling, terwijl het bedoelde schip nog in de kanaalhaven lag, van boord geloopen en schijnt de schipbreuk te hebben uitgedacht ten einde medelijden te wekken”.

Dus helemaal geen schipbreuk, maar Kasper bleek na met het schip vanuit Riga te zijn aangekomen te zijn weggelopen en had mogelijk wat geld gekregen van de burgermeester van Brielle om terug te kunnen keren naar Winschoten.
Kasper Hazelhoff werd op 21 februari 1849 in Winschoten geboren als oudste zoon van kasteleinsknecht Jan Hazelhoff en Antje Schoonhoven dienstmeisje in Winschoten. In het gezin is nog een zusje Geessie geweest, dat in 1856 op bijna 4 jarige leeftijd is overleden. Een jonger broertje, Christiaan (VIII-7), werd geboren in 1856 en heeft vele nazaten voortgebracht. Zijn nageslacht - waaronder enkele donateurs – leeft nog steeds voort.

Kasper moest al jong aan het werk en hij zal zo rond 1863, slechts 14 jaar oud, aan boord zijn gekomen van het schip Belina van kapitein Klaas Vlas Pot. De Belina was een schoenerkof die even oud was als Kasper zelf. Zij was namelijk in 1849 gebouwd en Pot was sinds 1862 kapitein op dit schip. We weten dat Kasper met dit schip vanuit Riga in maart 1864 in Hellevoetsluis was aangekomen. Het was duidelijk niet het werk of leven dat hij wilde. Met een verzonnen verhaal meldde hij zich in Brielle, waar hij in eerste instantie dus werd geloofd. Zozeer dat de kranten er graag gewag van maakten. Waarschijnlijk is Kasper toch niet meer aan boord gegaan en is hij teruggekeerd naar zijn ouders in Winschoten. Na zijn terugkeer heeft hij zich aangemeld bij het leger. Hij overleed, ruim 18 jaar oud, als korporaal in Leeuwarden.
Het was een kort leven, waar we normaal gesproken weinig over kunnen verhalen omdat de bronnen ontbreken. Maar Kasper heeft er zelf voor gezorgd dat hij in beeld is gebleven.

ALBERT HAZELHOFF (XI-163)

Moord in de Franse tijd

Onder deze titel schreef H. Benninga uit Assen een artikel in Terra Westerwolda, het tijdschrift van de Historische Vereniging Westerwolde. Hij vertelde daarin over zijn onderzoek naar het in zijn familie overgeleverde verhaal, waarin zijn betovergrootvader Harm Tammes en zijn vrouw vermoord zouden zijn door plunderende Franse soldaten. Harm Tammes was getrouwd met Janna Heeres Hazelhoff (VI-46), dus is er aanleiding genoeg om ook in ons familieblad aandacht aan deze vermoedelijke moord te besteden.

Janna Heeres Hazelhoff werd op 12 oktober 1760 in Wedde gedoopt als dochter van de landbouwer en koopman Heere Dercks Hazelhoff en zijn vrouw Geertje Jans Hommes uit Vlagtwedde. Janna groeide op in een gezin met negen kinderen, waarvan een dochtertje al snel na de geboorte overleed maar de anderen allemaal volwassen werden en ook zelf kinderen kregen.

Op 6 juli 1783 trouwde Janna op 23-jarige leeftijd met de 10 jaar oudere landbouwer Harm Tammes uit Vlagtwedde. Als bijzonderheid bij dit huwelijk valt nog te vermelden dat het aanstaand echtpaar een huwelijkscontract wilde sluiten, maar uit dit door dominee Everhardus Mennes uit Vlagtwedde onafgemaakte en ongedateerde contract blijkt dat de vrienden (getuigen) onenigheid kregen zodat het contract uiteindelijk niet werd gesloten.
Janna en Harm kregen vier kinderen, Geertien (1784), Albertien (1786), Tamme (1790) en Heere (1792).

Op 30 augustus 1790 kochten Harm en Janna voor 1700 gulden de boerderij ‘de Stobben’, gelegen aan de zandweg door het veen van Vlagtwedde naar Bourtange, een strategisch belangrijke verbindingsweg tussen Groningen en Duitsland. In de akte wordt de ligging aangeduid als een huis met landerijen rondom beswet (begrensd) door de boermarke van Vlagtwedde. De boerderij lag midden in de uitgestrekte Bourtanger venen waar de boeren uit Vlagtwedde gemeenschappelijk (de boermarke) hun schapen lieten grazen en hun bijenkorven hielden. Het huis werd ook als herberg gebruikt onder de toepasselijke naam ‘De laatste Stuiver’.
Op een kaart uit het begin van de 19de eeuw is de geïsoleerde ligging van de boerderij annex herberg, op ongeveer 3 kilometer afstand van de vesting Bourtange, goed te zien.

Het waren woelige tijden, de jaren negentig van de 18de eeuw. In Frankrijk was onder de leus ‘vrijheid, gelijkheid en broederschap’ in 1789 de Franse Revolutie uitgebroken. In 1793 werden koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antoinette onder de guillotine onthoofd.
Ook in de Republiek der Nederlanden was het al jaren onrustig. De patriotten kwamen in opstand tegen de absolute macht van stadhouder Willem V en zijn regenten, de orangisten. De patriotten richtten gewapende burgerwachten op en een burgeroorlog leek onontkoombaar. Nadat de echtgenote van Willem V, prinses
Wilhelmina van Pruisen, in 1787 bij Goejanverwellesluis door patriotten was aangehouden, stuurde haar broer de koning van Pruisen, een groot leger naar de Nederlanden om het gezag van de stadhouder te herstellen.

In 1792 begon Frankrijk een oorlog tegen bijna al zijn buurlanden. In januari 1795 vielen Franse troepen onder generaal Pichegru Nederland binnen, geholpen door een strenge winter, waardoor de rivieren en de Hollandse waterlinie met een dikke laag ijs bedekt werden.
Ondanks hulp van Pruisische en Engelse bondgenoten werd de strijd binnen enkele weken beslecht.
Met het Franse leger kwamen veel naar Frankrijk uitgeweken patriotten mee terug, die vervolgens zonder bloedvergieten in de ‘fluwelen revolutie’ de macht grepen en de Bataafse Republiek uitriepen. Stadhouder Willem V vluchtte met zijn gezin naar Engeland.

Ook Westerwolde met zijn schansen ontkwam niet aan de gevolgen van deze omwenteling. Onder andere in de schansen Bourtange en Nieuweschans waren, tot aan de komst van de Fransen, Engelse troepen gelegerd. Met de discipline van deze troepen was het niet best gesteld, de plaatselijke bevolking had zwaar te lijden van roverij en plunderingen.
Rond 1 maart 1795 vertrokken deze troepen over de Eems naar Duitsland en werd hun plaats ingenomen door Franse soldaten. Voor de inwoners van Westerwolde betekende dit geen verbetering. Het Nederlandse volk was verplicht om het Franse leger te onderhouden. Weliswaar betaalden de soldaten hiervoor met assignaten
een soort papiergeld, maar dat bleek uiteindelijk niets waard te zijn.
Ook werden door de Franse legerleiding vooral arme en berooide soldaten, die terugkwamen van het oorlogsfront, naar Nederland gestuurd, om daar op kosten van de bevolking opgelapt te worden. Ze waren slecht gekleed en hongerig. De kale Fransen uit het liedje;

Hop Marjanneke
Stroop in 't kanneke,
Laat de poppetjes dansen
Gister was er de Prins in 't land
En nu die kale Fransen!"

In de omgeving van Vlagtwedde werd er waarschijnlijk niet of nauwelijks vrolijk rondom de meiboom gedanst om de revolutie te vieren. Dat blijkt wel uit een aantekening in het lidmatenregister van de Hervormde Kerk van Vlagtwedde op 21 juni 1795:

Pro Memoria:
Het avondmaal, hetwelk op den 1ten Maart 1795, en had moeten gehouden worden, is niet gehouden, wegens de rampen door de plundering der Engelschen, en door de inkwartering van fransche troepen veroorzaakt. En terwijl de sware inkwartering geduurt heeft tot aan Junij toe, heeft men eerst op den 28ten Junij het avondmaal kunnen houden. heltwelke anders op den eersten zondag van dezen maand had moeten gehouden worden.

Uit het begraafboek van Vlagtwedde blijkt dat Harm Tammes is begraven op 22 mei 1795 en Johanna Heeres Hazelhoff 12 juni 1795. Beide zijn dus overleden in deze woelige periode hij 45 en zij 34 jaar oud. Waaraan ze zijn overleden is nergens vermeld. De enige aanwijzing, dat ze zijn vermoord komt uit de familieoverlevering, die vertelt dat Harm Tammes zich zou hebben verzet tegen soldaten, die mogelijk een gratis maaltijd of een overnachting eisten.
Harm Tammes, was vermoedelijk een man die niet gemakkelijk over zich heen liet lopen. Het zal ook beslist niet gemakkelijk zijn geweest om zich als herbergier te handhaven op die eenzame plek in het veen, langs een weg waarlangs voortdurend hongerige en dorstige soldaten trokken van en naar de vesting Bourtange. Om hun ‘laatste stuiver’ in drank om te zetten. Als ze die al nog hadden.
H. Benninga heeft in de archieven een gerechtelijk stuk gevonden, waarin staat dat Harm Tammes in 1793, samen met een brouwer uit Wedde, drie gedeserteerde soldaten door het veen achtervolgde, omdat zij een schuld aan de brouwer niet hadden betaald. Beide mannen zouden de soldaten hebben verwond en hun pistolen en geweren hebben afgenomen.

Janna is drie weken na Harm overleden. Mogelijk is zij in eerste instantie alleen gewond geraakt en later aan haar verwondingen bezweken. Alle kinderen zijn blijven leven. Het is best mogelijk dat zij uit voorzorg, weg van die eenzame en gevaarlijke plek, bij familie elders waren ondergebracht.
Van de moord is tot nu toe niets in de archieven terug te vinden. De omstandigheden maken een dergelijke gebeurtenis echter wel aannemelijk. Ook is het goed voorstelbaar dat zo’n ingrijpende gebeurtenis generatie op generatie, al dan niet gekleurd, in families wordt doorverteld. Wat er echter in mei 1795 precies is gebeurd in of bij de herberg ‘De laatste Stuiver’ in de Stobben zullen we wel nooit te weten komen.

ROELOF HAZELHOFF (XII-25)

top page

Update: 14-10-2018
Twitter